Jezus is de Engel van JHWH die we mogen volgen

De eerste openlijke profetie over Jezus staat in Exodus 23. De rol als ‘Engel van JHWH’ die Israël aanvoert naar het beloofde land, is Jezus aan het vervullen!

feest te vieren met feestlicht
Als we Jezus’ identiteit vanuit de Tora bestuderen, gaat er een nieuw licht op. De Hebreeuwse tekst bevat talloze verwijzingen naar Zijn bediening, de aard daarvan en Zijn verhouding met God zélf. Deze week krijgen we daar wel een heel unieke portie van, Jezus vervult de rol van de Engel van JHWH!

We lezen volgens de Driejarige Tora Cyclus:

• Mozes: Exodus 23:20-33
• Psalm: 59 / Hooglied 8
• Koning: 1 Samuël 10
• Profeet: Jeremia 33:1-18
• Evangelie: Mattheüs 5:13-20
• Apostel: Romeinen 3:21-31

Wat de Engel van JHWH komt doen

De titel van de lezing van de zevende week van de omertelling is Sjeleach, wat betekent ‘Ik zal zenden’. Wat zal God zenden? In Ex. 23:23 krijgen we antwoord, maar helaas wordt dit vers vaak verkeerd vertaald: Ik geef daarom hier mijn eigen targoem vanuit het Hebreeuws:

Mijn Engel (Malach) zal in eenheid met jullie, voor jullie uitgaan naar de plaats van bestemming die nu nog bezet is door de Schreeuwlelijken, de Terreurzaaiers, de Plattelandsbewoners, de Onderdanigen, de Nomaden en de Vertrappers (Amorieten, Hethieten, Ferezieten, Kanaänieten, Hevieten en Jebusieten). Daarna zal ik Hem verbergen.

Hier openbaart God Zelf wie Jesjoea is en hoe hij gezonden zal worden. Hij is de Malach, wat eigenlijk boodschapper betekent. In Exodus 23 leren we dat de hoogste Koning van Israël Jesjoea, door God gezonden wordt als de Boodschapper van JHWH om de wereld te confronteren met Zijn volmaakte Koninkrijk Israël.

Hoe Hij dat komt doen?

Jesjoea kwam als de Boodschapper van Gods koninkrijk (Mk. 1:14, 15), riep op om hem te volgen waar hij ook gaat (Luk. 14:26, 27, 33, Op. 14:4, 12-14), en onder zijn volgelingen werd geen rebellie getolereerd (Matt. 5:20, 48, Hand. 5:1-11). Precies dus zoals de Tora dat zegt in onze seder (vs. 21). Over de komst van het Koninkrijk leerde Jesjoea dat Hij Zich eerst zou verbergen om plaats te bereiden zodat zij ook daar zullen zijn, waar hij is (Joh. 13:33, 36, 14:2-5, 19, 28-29 Hand. 1:6, 7). Precies dus wat de seder zegt aan het eind van vers 23.

In Exodus 33:2 blijkt pas wat er zal gebeuren met de volken die worden genoemd in Ex. 23:23. Zij zullen worden ‘uitgedreven’, maar niet ‘vernietigd’ zoals vrijwel alle vertalingen van Ex. 23:23 zeggen. Wat leren we daaruit over God?

Facebook
Facebook
LinkedIn
Google+
http://www.keesbloed.nl/exodus/jezus-engel-van-jhwh/
Alle updates in je mailbox?

2 reacties

  1. Daniël
    ·

    Shalom broeder Kees,

    Lezend over Ex 23:23 in je vrije vertaling viel mij iets op.
    Het laatste woord in het vers,וְ הִ כְ חַ דְ תִּ יו is namelijk een meervoudsvorm en geeft aan dat het níet om één persoon gaat. Het kan daarom mijns inziens niet de Engel des Heren zijn en worden hier inderdaad de genoemde volken bedoeld. Op zich hoeft dat aan de uitleg niet af te doen. Er zijn meer plaatsen waaruit blijkt wie de Engel des Heren is en hoe die zich ten tijde van de Tora manifesteerde.
    Tenzij uiteraard dat ik mij hier vergis.

    Shalom uvracha

    Beantwoorden
    1. Kees Bloed
      ·

      Sjalom Daniël,

      Het woord wat je noemt is een werkwoord, geen zelfstandig naamwoord. De vervoeging ervan die we hier in het Hebreeuws zien, betekent letterlijk: “en-ik-zal-hem-verbergen”, dus niet hen, maar hem. Vergelijk bijvoorbeeld met Gen. 17:20, waar staat “en-ik-zal-hem-maken” Hebreeuws is hier: וּנְתַתִּיו

      Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *