Wat de plaag van God ons over Gods genade leert

Vorige week lazen we over farao’s harde hart. Maar deze week lijkt Mozes een hart van steen te hebben! Hij dreigt met een onvoorstelbare plaag van God.

bedreiging met de plaag van GodDeze week lezen we Nèga: ‘plaag’, over Mozes’ laatste optreden voor de farao. Het is zijn politieke hoogtepunt. Zijn populariteit in Egypte was zo groot (vs. 3) dat hij zijn tegenstanders zonder risico confronteren kon met de plaag van God (vs. 4-8). Dat was voor het eerst, want de laatste keer werd hij nog het paleis uitgegooid. Nu beheerst Mozes de situatie: hij keert farao zijn rug toe en verdwijnt voorgoed van het Egyptische politieke toneel.

We lezen volgens de Driejarige Tora Cyclus:

• Mozes: Exodus 11
• Psalm: 50
• Koning: 1 Samuël 18:1-16
• Profeet: Jeremia 46:13-28
• Evangelie: Markus 13:1-23
• Apostel: 2 Timotheüs 3:14-4:5

De harde boodschap van Mozes

(Exodus 11:4-8) Gedragen door populariteit laat Mozes zijn boodschap horen: “Dit is wat JHWH tegen mij heeft gezegd: ‘in het midden van de nacht zal Ik door heel Egypte gaan’. Hij zal dan alle eerstgeborenen vellen die Hij in Egypte vinden kan. Van de oudste van de farao op de troon tot de oudste van de slavin die het meel maalt met de molensteen, ja zelfs van al het vee. Dan zal er een jammerlijk geschreeuw ten hemel stijgen, zoals dat nog nooit is gehoord in Egypte. Zo erg zal het ook nooit meer gebeuren in de toekomst.

Maar bij de zonen en dochters van Israël zal er geen geluid te horen zijn, nog geen hond die blaft. Mensen en dieren zullen gerust zijn bij hen, zodat iedereen kan zien dat JHWH onderscheid maakt: je hebt ze van Egypte en je hebt ze van Israël. Jullie allemaal die op aangestelde posten staan, jullie zullen naar mij toe komen op dat moment en je knieën voor me buigen. Dan zullen jullie me smeken om te vertrekken met iedereen die aan mijn lippen hangt. Daarna zal ik vertrekken.” In ziedende woede draait Mozes zijn rug naar de farao na deze woorden en verdwijnt uit zijn zicht.

Wat een zware boodschap! Maar in feite niets anders dan de eerste woorden die hij aan de farao had gezegd (Ex. 4:23). Toen was hij uitgelachen, nu stond iedereen als aan de grond genageld. Juist door deze opbouw is te zien dat de plaag van God géén nietsontziende wraak is (zie ook Jes. 27:4)! Toch vraagt dat misschien een beetje meer uitleg.

 

 

De hardheid van het oordeel

Eerstgeboren zonen waren in die tijd de toekomst van elke samenleving. Het waren mannen die hadden bewezen een ‘doorbreker’ te zijn in hun leven. Dat is wat eerstgeborene (gibor) ook letterlijk betekent. Het waren geboren leiders en iedereen keek met achtig naar hen op. Beproefd door het leven om als pionier in alles de ‘eerste’ te zijn, kregen zij ook een hoge verantwoordelijkheid.

Het doden van deze mensen was de genadeslag voor Egypte. Hoe kan dit ooit een daad van onze God zijn?! Zo kennen we Hem toch niet? Zo kennen de meeste van ons Hem inderdaad niet, omdat ons werd geleerd om de Tenach als een boek van oordeel te zien dat in Jezus achterhaald is. Maar Jezus is toevallig de Zoon van deze God, die ál de werken van Zijn Vader doet (Joh. 10:37). Volgens sommigen is Jezus zelfs JHWH zelf! Ook Jezus zal komen om te oordelen de levenden en de doden. En dat oordelen gebeurt deze week in de lezingen. Wie wil weten hoe Jezus’ oordeel eruit zal zien als Hij komt als Messias, krijgt in deze lezingen dus de gelegenheid om daarmee kennis te maken.

Het punt in dit verhaal is dat Israël Gods ‘eerstgeborene’ is (Ex. 4:23), in Egypte al eeuwenlang als slaven mishandeld, hun kinderen werden achteloos verdronken in de Nijl. Dat haveloze volk dat alleen goed was voor ‘gastarbeid’, is toevallig Gods eerstgeboren zoon van de schepping, het uitverkoren nageslacht van Abraham, Izak en Jakob. De harde woorden van Mozes zijn dus niets anders dan een rechtvaardig oordeel volgens het principe ‘leer om leer’. “Wie met het zwaard dood, zal er ook door omkomen” zei Jezus daarover.

 

Genáde in de plaag van God

Maar dit rechtvaardige oordeel werd niet zomaar geveld! Keer op keer had Mozes de farao eraan herinnerd, telkens weer kwam hij terug in het paleis om tot een alternatieve oplossing te komen: een week retraite in de woestijn voor heel het volk Israël. Telkens was het fárao die deze ‘God van de Hebreeën’ weghoonde, verblind door zijn machtige positie. Telkens  gevolgd door een ramp voor Egypte. Een ramp die Mozes steeds weer voorzag als gevolg van farao’s onwil om tot een deal te komen.

Mozes die opkwam voor een minderheid in een dictatuur als deze, bleef met rechte rug staan. Elke aanslag op hem mislukte en zijn populariteit als politieke tegenstander van de dictatuur groeide tot grote hoogte. En, zoals Paulus ook leert in 1 Kor. 10:13, met de verzoeking van het oordeel, gaf Mozes aan héél Egypte óók een uitkomst: “Mensen en dieren zullen gerust zijn in Israël” (vs. 7). Wie ‘aan Mozes’ lippen hangt voor het onderwijs van JHWH’ (vs. 8, ‘het volk in uw voetspoor’) kreeg deel aan de bevrijding van het oordeel! Ook al had je alles gedaan dat God verboden had, misschien wel als instrument van een dictatuur, tóch was je welkom om de plaag van God mis te lopen. Dát is de genade van God die blijkt als Hij komt om te oordelen.

Om daar nog eens goed over na te kunnen denken, geef ik deze week de volgende vraag mee: wat is nu precies het onderscheid tussen Israël en Egypte (vs. 7)?

2 reacties

  1. ad de bruin
    ·

    Het onderscheid zit denk ik hier in.

    Deuteronomium 4:34 Of heeft ooit een god beproefd
    ertoe te komen zich een volk te nemen
    uit de schoot van een ander volk
    door beproevingen, tekenen, wonderen en oorlogen,
    met sterke hand en uitgestrekte arm
    en grote vreeswekkende daden,-
    zoals al wat de ENE, uw God, voor u heeft gedaan in Egypte voor uw eigen ogen?

    2 Samuël 7:23 en wie is als uw gemeente, als Israël,-
    het enige volk op de aarde,-
    waarheen goden zijn gegaan om het zich los te kopen tot gemeente
    en om zich een naam neer te zetten;
    om voor hen iets groots te doen, vreeswekkende dingen voor uw land
    vanwege de verschijning van uw gemeente
    die gij u hebt losgekocht uit Egypte,

    1 Petrus 2:9 Maar gij zijt
    ‘een uitverkoren generatie,
    een koninklijk priesterschap,
    een heilig volk, een gemeente
    ten eigendom’, om de deugden
    te verkondigen van hem
    die u uit het duister heeft geroepen
    tot zijn wonderbaar licht;
    verdrijvend volkeren en hun goden;

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *