Gods recht, bereikbaar voor mensen?

Voor 2 juli lezen we B’elonei, ‘In de velden’ (dat is parasja nr. 17 van ons bijbelleesrooster). Het verhaal gaat deze week over één van de grootste thema’s in de Bijbel: we lezen over een hemelse rechtszaak. De belangrijkste taak van Mozes was rechtspraak, koningen zoals David en Salomo hadden deze roeping en volgens de apostelen zal Jezus Gods recht uitoefenen. Hij is namelijk de Rechter die bij zijn wederkomst oordelen zal vellen over heel de aarde. Nu de Tora voor het eerst spreekt over hoe een zaak wordt afgehandeld, zien we dat Abraham als gelijke wordt betrokken bij het vellen van een oordeel.

Abraham had inzicht in Gods recht, hij was in staat om mét Hem te oordelen

Gods recht
Oordelen van God zijn zuiver

We lezen:

• Mozes: Genesis 18
• Psalm: Psalm 14
• Koning: 2 Koningen 23:31-24:20
• Profeet: Ezechiël 9
• Evangelie: Markus 4:35-5:8
• Apostel: 2 Thessalonicenzen 2

Het verbindende thema is: Als God Zich verheft, gaat het oordeel voor Hem uit om goddelozen te verwerpen.

 

Gods recht wordt door sommigen begrepen

Vorige week zagen we hoe de priesterzegen is verborgen in Genesis 14-21. Nu zijn we aangekomen bij het vierde en vijfde woord: Hij zal je genadig zijn en Hij verheft Zich over je (Gen. 18-19). Beide woorden belichten een kant van Gods recht. Het mooie is dat de genade éérst komt, en pas daarna het oordeel, als God Zich verheft. Zo lezen we dat Abraham al het mogelijke doet om de genade zoveel mogelijk te laten heersen, maar hij kan niet voorkomen dat God toch een vreselijk oordeel velt. Maar omdat Gods genade en barmhartigheid veel groter zijn dan Zijn behoefte om oordelen te vellen, wordt er opdracht gegeven om zorgvuldig onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheid van genade. Volgende week meer daarover.

De belangrijke vraag is nu vooral, hoe is het mogelijk dat God mensen onderverdeeld in rechtvaardigen en goddelozen? Wat maakt iemand tot een goddeloze? En hoe beoordeel je dat?

Wat opvalt in de seder is, dat de goddeloosheid niet individueel wordt beoordeelt, maar collectief. Hoe kan dat? Hoe weet je dat je onderdeel bent van een goddeloos collectief? En hoe kun je voorkomen dat je daar deel van wordt? (Lees hierover ook de Psalm!)

Ik ben benieuwd naar jullie bevindingen!

 

Facebook
Facebook
LinkedIn
Google+
http://www.keesbloed.nl/genesis/gods-recht-breikbaar/
Alle updates in je mailbox?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *