Verbannen naar Egypte, de grote boze wereld

Deze week lezen we Wajiegash (Hij komt dichtbij). Dat is parasja 46 van ons driejarig bijbelleesrooster.
Aan de ene kant staan de lezingen van deze week in het teken van hereniging en uitbreiding. Wat een rijkdom als je familie uitgebreid wordt en je samen de zegen daarvan ervaren kunt!
Maar aan de andere kant zien we een tragische ontwikkeling, ballingschap! Weg uit het beloofde land, verbannen naar de grote boze wereld.

Verbannen naar Egypte
Verbannen naar Egypte

We lezen:

• Mozes: Genesis 44:18-46:27
• Psalm: 37
• Koning: 2 Kronieken 18:28-19:1
• Profeet: Ezechiël 37:15-28
• Evangelie: Markus 7:24-8:9
• Apostel: Handelingen 28:5-31

Thema: Soms moet je het beloofde land verlaten, en vindt je in de grote boze wereld je bestemming.

Verbannen ná de ontmoeting met Jozef

De ontmoeting met Jozef is het sluitstuk van het proces van verzoening. Hier volgt een Targoem van dit verhaal (Genesis 44:32-45:6):

Juda vervolgt: “Nu heb ik aan mijn vader gegarandeerd dat Benjamin terugkomt. Ik zei tegen mijn vader: ‘Als ik hem niet bij u terugbreng, zal ik mijn zonde dragen tot aan mijn dood.’ Daarom wil ik de plaats van deze jongen innemen. Laat mij alstublieft hier blijven om uw slaaf te zijn, zodat Benjamin met zijn broers mee terug kan. Want ik kan toch niet zonder hem terugkomen bij mijn vader? De rest van mijn leven zal ik dan moeten slijten zonder iets anders te zien dan de ellende van Wajiemijn vader.”

Dan kan Jozef zijn emoties niet langer bedwingen. Hij stuurt iedereen weg: “Laat alle dienaren die hier aanwezig zijn, vertrekken!” Alle Egyptenaren haasten zich naar buiten. Er is niemand meer binnen als Jozef zich bekend maakt aan zijn broers. De volle lading komt nu naar buiten, Jozef huilt met alles wat in hem is. De Egyptenaren die juist naar buiten zijn gestuurd, weten niet wat ze horen. Zelfs de familie van de farao, die nergens van af weet, vraagt zich verbouwereerd af wat er met Jozef gaande is.

Dan zegt Jozef tegen zijn broers: “Maar kijk nu toch, ík ben het, Jozef! Leeft mijn vader nog?!” Maar zijn broers zijn niet in staat om er ook maar één woord uit te krijgen. Al de macht en praal die van deze Egyptische heerser afstraalt, verbluft hen. Dan zegt Jozef tegen zijn broers: “Kom dichterbij me!” Zo doen ze en hij vervolgt: “Ik ben Jozef, jullie broer, die jullie verkocht hebben naar Egypte. Wees nu niet verdrietig of boos dat jullie me hiernaartoe hebben verkocht. Want God heeft me voor jullie uit gezonden om het leven van allen! De honger is nu al twee jaar in het land en de volgende vijf jaar zal er ook niet geploegd en geoogst worden.”

Maar deze ontmoeting heeft het gevolg dat héél de familie verbannen wordt uit het beloofde land! Hoe kan dat?
Wat kunnen we dan verwachten als later Jezus en het Joodse volk verenigd worden? Dan wordt de verbanning toch juist opgeheven?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *