Wakker worden in het licht van Gods Woorden

Deze week lezen we Mikeets (Aan het einde). Dat is parasja 42 van ons driejarig bijbelleesrooster.
Jozef komt deze week uit een onderaardse gevangenis (letterlijk uit een put). Hij was uitschot, een smerige slaaf. Zoiets als wat Jesaja ziet: ‘Neergeslagen spreek je vanuit de grond, je spraak zal een soort murmelen zijn vanuit het stof. Je stem zal als van een geest uit de aarde komen, fluisteren door middel van stofwolken.’
Wat een verrassing als Jozef dan ineens woorden van God spreekt. Het is dus niet Jozef die we zien wakker worden, maar de farao!

wakker wordenWe lezen:

• Mozes: Genesis 41:1-37
• Psalm: 33:13-22
• Koning: 2 Kronieken 15
• Profeet: Jesaja 29:1-17
• Evangelie: Joh. 10:22-42
• Apostel: Handelingen 25

Thema:

Opstanding uit een doodse situatie, om nieuwe dingen te doen in het licht.

 

Wie wakker worden veranderen radicaal

Targoem van Genesis 41:11-18:

Die morgen, als de farao gedroomd heeft, is zijn geest geslagen. Hij laat alle magiërs en wijzen van Egypte roepen en vertelt hen zijn dromen. Er is echter niemand van de magiërs en de wijzen die ze kan uitleggen. Maar de schenker is daar ook en die wéét wie er uitleggen kan. Hij moet denken aan die morgen in de gevangenis toen hij met hetzelfde probleem zat. Toen was daar die Hebreeuwse slaaf die hem vertelde wat zijn droom betekende. Als dank had de slaaf hem gevraagd om zijn lot bij de farao bekend te maken om zo zijn vrijheid te vinden, maar hij had hem in de steek gelaten. Onmiddellijk begrijpt de overste van de schenkers het onderwijs hierin en belijdt aan de farao: “Vandaag herinner ik me mijn zonde! Twee jaar geleden was de farao boos op mij en zette mij samen met de bakker gevangen in het huis van de gevangenisbewaarder. Op een nacht droomden wij allebei een eigen droom met zijn betekenis en we konden er geen wijs uit worden. Nu was daar in de gevangenis met ons een jonge Hebreeuwse slaaf, de dienaar van de bewaarder. Aan hem vertelden we onze droom en hij legde die uit. Aan ons allebei gaf hij de betekenis van onze eigen droom. Nu ging het exact zo als hij uitgelegd had! Hij had gezegd dat ik hersteld zou worden in mijn ambt en dat de bakker gehangen zou worden, en zo gebeurde.” Dan zendt farao een man om Jozef te roepen en naar het paleis te halen. De man haalt Jozef uit de put, scheert hem en verwisselt zijn kleren. Zo komt hij voor de farao. De farao zegt tegen hem: “Vannacht heb ik een droom gedroomd en niemand hier kan hem uitleggen. Maar nu hoorde ik van jou dat als je dromen hoort, je ze ook uitlegt.” Jozef antwoordt: “Ik kan geen dromen uitleggen want dat is Gods werk. Maar Hij zal u antwoorden, Hij zal de farao vrede geven met de droom en zijn betekenis.”

Ook wij kunnen wakker worden, nadat we in het stof van de aarde lagen te piepen (zoals Jesaja het ziet). Als we wakker worden en opstaan in het licht van God, laten we de nacht achter ons. Maar hoe weet je dat je wakker bent? Hoe weet je eigenlijk dat je niet verblind bent (vs. 10)? Hoe kunnen we het licht zien? Wat houd ons eigenlijk gevangen?

Als je bevrijd bent kun je vast van die ervaring vertellen, en zo niet, dan is het wellicht interessant om er eens over na te denken. Wat zijn de kernmerken van iemand die gevangen zit? En van hen die wakker worden?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *