Vader Jacob (Aphrahat) over Jezus natuur

Tijd voor wijsheid uit het oosten

wijsheid over Jezus natuur
Vader Jacob de wijze, beter bekend als Aphrahat

De discussie over Jezus natuur ontspoort soms nog wel eens. In de messiaanse beweging gebeurd dat zelfs regelmatig. Maar Jezus komt spoedig weer! Het is tijd voor rust en wijsheid in de discussie over wie Jezus is, zodat we Hem kunnen herkennen als hij komt. Om dat te bereiken, wil ik me aansluiten bij de Hebreeuwse boodschap van vader Jakob. Hij was een tijdgenoot van Athanasius die het dogma van de wezenseenheid met de Vader tot een absoluut waar concept verhief op het concilie van Nicea. Vader Jakob vermaande de kerk in alle liefde om bij de Bijbel te blijven. Daarom sluit ik me van harte aan bij zijn leer over Jezus natuur.

Jakob was een Assyriër die tot aan zijn doop Frahat heette. Hij staat nog steeds onder die naam bekend (Aphrahat) om verwarring met een andere Jakob te voorkomen. Eerst zal ik iets schrijven over deze vader Jakob, en dan zullen we wat lezen uit zijn onderwijs over de goddelijke natuur van Jezus uit de vierde eeuw. Daar kunnen we veel, héél veel van leren.

(De Nederlandse vertaling van de citaten zijn vertaald uit de Engelse vertaling van de demonstraties van Aphrahat die in het Aramees zijn opgesteld. Zie The Nicene and Post-Nicene Fathers, second series, volume XIII, 1997, p. 387-388)

  1. Vader Jakob de Perzische wijze
  2. De stelling van vader Jakob over Jezus natuur
  3. Bijzondere details van deze stellingname
  4. Is Jezus écht God?
  5. Semitisch of Hebreeuws denken
  6. Diepte van dit denken
  7. Conclusie

Vader Jakob de Hakima Parsaya
(ܚܟܝܡܐ ܦܪܣܝܐ), de Perzische wijze

Jakob kwam uit Adiabene. Adiabene was een Perzisch koninkrijk waarvan de heersers zich bekeerden tot het Jodendom in de eerste eeuw. Het volk zelf, voornamelijk Assyriërs, bekeerden zich massaal tot Jezus toen Thomas hen het Evangelie kwam brengen. Na hun bekering bleven zij een oosters volk in hart en nieren. Zij kenden de Bijbel heel goed, omdat het in hun midden ontstaan was, zij kenden de cultuur en snapten de bedoeling, in tegenstelling tot het Westen.

In de vierde eeuw wilden de leiders van het christelijke Westen assimileren tot een Grieks-Romeinse staatsreligie. Daarvoor werden allerlei verhitte discussies door de politiek financieel aangemoedigd, over de natuur van Jezus bijvoorbeeld. Er moest een unanieme uitslag komen, die voortaan ‘het geloof’ zou domineren en voorschrijven.

Toen de Assyrische monnik Jakob ouder werd, was deze toestand behoorlijk aan het exploderen (zoals je kunt lezen in de haatrede tegen de Arianen door Athanasius bijvoorbeeld). Jakob volgde de ontwikkelingen op de voet. Dat kon ook bijna niet anders, want de Roomse besluiten hadden directe gevolgen voor zijn vaderland. Zo leidde een decreet van keizer Constantijn I (dat het Christendom tot Romeinse staatsgodsdienst uitriep) tot vervolgingen op de Assyrische christenen.

In die roerige tijden was de monnik Jakob bewogen met de Assyrische christenen. Hij begon hen te leren hoe zij om moesten gaan met al dit soort discussies in hun eigen omgeving. Hij vond dat dergelijke discussies helemaal niet zo bitter gevoerd hoefden te worden, dat was nergens voor nodig. Vandaar dat ik hem graag als mijn vader zie in deze discussie, en hem dan ook ‘vader Jakob’ noem hier.

Vader Jakob wist dat je wel iemand  ‘tegenover’ je nodig hebt met een andere mening. Welk ‘tegenover’ was er logischer voor hem dan het Joodse volk? Hij schreef daarom een aantal discussies uit als ‘demonstraties’ van hoe je met het Joodse volk zou moeten praten over wat je gelooft.

Jakobs demonstraties waren een helder licht voor zijn tijdgenoten. Daar konden ze wat mee, want ze leefden samen met de Joden, met wie ze ook dagelijks contact hadden. Maar ze hadden niet de behoefte om de joden tot ‘duivel’ en ‘anti-christ’ te verklaren zoals de christenen in het Westen elkaar en de Joden aandeden. De Joodse en christelijke mening staan dus wel tegenover elkaar bij vader Jakob. Maar niet zoals in het westen met een dreigende verdoemenis boven het hoofd. Het blijft een normale respectvolle discussie, waarbij argumenten uitgewisseld worden, zoals op een Joodse Tora-school.

 

De stelling van vader Jakob over Jezus natuur

Vader Jakob schreef ook over Jezus natuur. ‘Thomas had letterlijk tegen Jezus gezegd: “Mijn Heer en mijn God” (Joh. 20:28), wij  zeggen dat ook’, aldus vader Jakob, ‘ook al hebben de Joden daar moeite mee.’ Daarom neemt hij deze twee namen voor Jezus als hoofdzaak.

In zijn onderwijs zoekt vader Jakob geen verdeeldheid met westerse christenen, maar kan ook niet echt goed met de nieuwe ontwikkelingen in het westen leven. Over de identiteit van Jezus wilde vader Jakob helemaal geen ‘einde aan de discussie’ maken, zoals in het westen. Dat behoort niet tot de taak van de gelovigen in een Semitische denkwereld. Het gaat er helemaal niet om dat je een orthodoxie hebt! Het gaat erom dat je iets uit de Bijbel leert, waardoor je leven en je gemeenschap concreet vrucht dragen kan. Dat is oorspronkelijke oosterse hermeneutiek. Daarom is Jakobs opstel ook géén vurig betoog voor of tegen Athanasius’ leer van de ‘wezenseenheid’. Nee, Jakob keek gewoon naar wat hij wél kon zeggen over Jezus, en negeerde de dingen die volgens de Bijbel niet hard te maken zijn.

Het is opvallend dat vader Jakob alleen over námen van Jezus spreekt, nergens over titels. Die namen zijn hem kostbaar, want ze leren ons wie Jezus is. De Bijbel geeft vele namen aan Jezus. Die namen getuigen ook van God Zelf, de Eeuwige en Enige, omdat Jezus Gods Zoon is. Dat is de kern, en daarover onderwijst vader Jakob. Als hij het Joodse standpunt heeft uitgelegd, verwoord hij zijn stellingname:

“Over deze dingen, mijn geliefden, voor zover ik ze in al mijn onbeduidendheid kan begrijpen, wil ik jullie instrueren. We zijn het met de Joden eens, dat erkennen wij, dat Jezus mens is. Maar tegelijk eren we Hem door hem God en Heer te noemen. Het is geen nieuwe mode om Jezus zo te noemen! We geven hem geen nieuwe naam die de Joden nooit gebruikt hebben. Daarom juist is het een zekerheid bij ons dat Jezus onze Heer en God is. De Zoon van God en de Koning, de zoon van de Koning, Licht uit Licht, Schepper en Raadgever, en Leidsman, en De Weg, en Bevrijder, en Herder, Verzamelaar, en de Deur, en de Parel, en de Lamp; en met vele van zulke namen wordt hij altijd al genoemd. Maar we zullen al deze namen laten rusten voor dit moment, en aantonen over Jezus, dat Hij die van God kwam, de Zoon van God is, en dat hij God is.”

Dit is de stellingname van vader Jakob. Hiermee wordt eigenlijk al veel duidelijk. Hij is goed op de hoogte van Nicea, want de naam ‘Licht uit licht’ komt rechtstreeks uit de belijdenis van Nicea. Toch gaat hij niet zover om heel die belijdenis te verdedigen. Daarvoor geeft hij een reden: veel van die belijdenis is ‘nieuwe mode’: “God uit god, voor alle tijden geboren, ongeschapen, ware God uit ware God, één in wezen…”,  allemaal namen voor Jezus die nieuw waren. Namen die de Joden ook nooit zouden kunnen herkennen uit de schrift. Dat alleen al is voor vader Jakob reden om het gewoon te negeren. Zijn idee was: “Als het naar de Joden niet te verdedigen is, waarom dan moeilijk doen?” Vader Jakob houdt het daarom bij de namen die in de Tenach worden gegeven aan de Messias.

Vader Jakob is géén anti-christ!

Volgens Athanasius waren alle andere meningen dan de zijne ‘ketterijen’ en ‘voorboden van de antichrist’ (zie de inleiding van zijn haatrede tegen de Arianen). Dus ook Vader Jakobs stellingname is volgens die norm een stem van de antichrist! Om te laten zien dat dit niet zo is, kijken we naar een paar details van zijn stelling. Die details laten zien hoe puur en bijbels vader Jakob was, en bovendien briljant.

Voor zover ik ze in al mijn onbeduidendheid kan begrijpen

Dit is al verkapte kritiek op het westen. Waarom moet de discussie over Jezus natuur tot het bittere einde gevoerd worden? Waarom moeten andere meningen als ketters worden bestreden? Wie zijn wij dan eigenlijk dat we beweren dat we de inwendige constructie van God in beeld moeten brengen? Hoe kunnen we dat ooit wéten? Zo beduidend zijn we niet. Punt.

Dat Jezus mens is

Niet ‘was’, maar ‘is’. dat betekent dat Jezus volgens vader Jakob ook nu, in de hemel bij de Vader, mens is. Dat is ook zo, want Jezus is opgestaan in een nieuw lichaam. Daardoor is Jezus de Eerstgeboren mens van de nieuwe schepping en niet slechts een geestelijk wezen. Daar was ook veel discussie over in die tijd, dus stelt vader Jakob hier dat Jezus letterlijk is opgestaan als mens. Daarmee begeeft hij zich in de bijbelse lijn van Johannes. Want “Wie Jezus niet belijd als Messias, geschapen in het vlees, maar Hem loochent, is de anti-christ die van bij ons is uitgetreden.” (Zie 1 Joh. 2:22-23, 4:2-3.)

Het is geen nieuwe mode

De namen die vader Jakob aan Jezus geeft, zijn altijd al de namen voor de Messias geweest.  Dat is belángrijk voor hem, en daarom noemt hij de nieuwe namen die aan Jezus werden gegeven in Nicea ‘nieuwe mode’. Vader Jakob is dus argwanend: “Nieuwe namen toevoegen aan de Schrift is  toch nergens voor nodig?” Denkt vader Jakob. “Wordt Hij in de schrift soms niet genoeg geprezen?”
Hij schrijft dat allemaal niet op, want vader Jakob is hier niet bezig met partijschap. Hij schrijft als herder, niet als apologeet of heerser die bepaald wie er al dan geen gelijk heeft, zoals Athanasius.

Een interessante naam die vader Jakob noemt, is dan: ‘Licht uit Licht’ rechtstreeks uit de belijdenis van Nicea! Dat bewijst wel weer dat hij niet polemiseert. Vader Jakob is eerlijk en oprecht in wat hij als herder van de oosterse kerk kan geloven en uitleggen. Ook ‘Licht uit Licht’ is dus volgens hem een oude naam die de Joden kunnen aanvaarden omdat de naam uit de Tenach komt. Is dat zo? Jazeker, zie bijv. Ps. 36:10 en Mal. 4:2.

…geen nieuwe naam die de Joden nooit gebruikt hebben. Dáárom juist is het een zekerheid…

Vader Jakob wil zich alleen aan de namen van Jezus houden die uit de Schrift zijn aan te tonen aan het Joodse volk. Dat is ook de reden dat hij op een goede manier met de Joden discussiëren kán. Op basis van de Tora en profeten staat het voor vader Jakob vast, zoals de apostelen leerden (Ha. 17:11).

Door nieuwe modieuze namen te introduceren, ondermijn je de zekerheid van het geloof. Want je kunt het dan niet meer uitleggen aan de Joden en gaat dus een verkeerde kant op. Alleen doordat de namen al vanouds zijn geopenbaard, zijn ze zéker van toepassing op Jesjoea. Daarom is Jezus ook ‘Heer en God’.

Is Jezus écht God?

Voordat vader Jakob Jezus’ naam ‘God’ uitlegt, noemt hij eerst de naam ‘Zoon van God’ in de vierde paragraaf. “God heeft geen Zoon”, zeiden de Joden namelijk. Jakob reageert dat óók Israël Gods zoon wordt genoemd. En wat dacht je van Salomo (“Ik zal hem tot Vader zijn, en hij Mij tot zoon”, 2 Sam. 7:14)? Omdat dit concreet in de Tenach voorkomt, kan Jezus dus ‘Zoon van God’ zijn.
Maar het pijnpunt zit dieper. Vader Jakob gaat daarom in dezelfde paragraaf rechtstreeks over naar het grootste pijnpunt voor de Joden: Jezus is God. Dit is wat hij schrijft in dezelfde redeneertrend:

§ 4 “[…] En wij noemen Jezus bij de naam God, net zoals God Zijn eigen naam aan Mozes gaf. En heeft David niet tegen de Joden gezegd:— Jullie zijn goden en kinderen van de Allerhoogste, jullie allemaal. Toen zij niet tot verbetering overgingen, zei hij tegen hen:— Als mensen zullen jullie sterven, en als één van de prinsen zul je vallen. (Ps. 82:6-8)

§ 5. Want de naam van de Goddelijkheid is gegeven als de allergrootste eer in deze wereld. En aan wie God een welbehagen heeft, hem valt die eer ten deel. Maar bedenk dat de namen van God vele zijn en allemaal moeten we ze eerbiedigen. Hij openbaarde Zijn namen aan Mozes. Als eerste Naam gaf Hij:— Ik ben de God van je vaders, ‘de God van Abraham en de God van Izak en de God van Jakob’. Dit is Mijn Naam voor altijd, zo wil Ik herinnerd worden door alle generaties. En ook noemt Hij andere Namen: Ahijah asjar Ahijah, El Sjaddai en Adonai Tsavaoth. Met al deze namen wordt God aangeroepen.

De grote en eerbiedwaardige naam van de Goddelijkheid heeft Hij Zijn rechtvaardigen niet onthouden. Zoals ook bij een ándere naam die God toebehoord: ‘Koning der koningen’. Zonder enige jaloezie heeft Hij deze naam van Zijn grote Koningschap toegepast op mensen, dat wil zeggen: Zijn schepselen.”

Hij gaat in de 6de paragraaf verder door uitgebreid aan te tonen dat Gods Naam ‘Koning der koningen’ zelfs aan een mens buiten Israël gegeven wordt, namelijk Nebukadnezar.
“Ja”, zegt vader Jakob dus, “Jezus is echt God, want God geeft Zijn namen in sommige gevallen aan Zijn schepselen. Zo deed Hij dat bij Mozes, en zo doet Hij ook bij Zijn Zoon, de Messias.”

Semitisch, of Hebreeuws denken

Nu denk je misschien: “Ik kan dit niet volgen, waar gaat dit over? Deze manier van argumenteren ben ik helemaal niet gewend.” Dat kan heel goed kloppen, want zo denken we hier niet. De traditionele ‘hermeneutiek’ is hier heel anders. Het westen gaan anders met de Bijbel om. Wij houden bijna geen rekening met de (interne en externe) context, maar focussen op hetgeen ons uitkomt, zoals de frase uit Psalm 82 ‘Gij zijt goden’. Wist u al dat er ná die frase een ontkenning volgde van deze woorden, en wat dat betekent?

Vader Jakob geeft ons hier dus een demonstratie van Hebreeuws denken, of Semitisch denken, kun je ook zeggen. Als je een bepaalde openbaring krijgt van Gods Geest (waar Athanasius zich op beriep, en de kerk zich nog altijd op beroept), prima, mooi! Maar je moet wél aantonen dat dit in de Tora en Profeten concreet wordt ‘gezien’ of ‘gehoord’. En dat doe je door het thema te koppelen aan historische tastbare situaties uit de Tenach. Als je bijvoorbeeld in de Tenach kunt lezen dat Mozes God is, dan heb je pas een argument voor het feit dat een mens God kán zijn. Wat in wésterse ogen een zeer zwak argument is (Mozes was ook God), is volgens de oorspronkelijke manier van omgaan met de Bijbel juist het stártpunt van de argumentatie. Want het was concreet en tastbaar. Hoe ‘eeuwig’ en ‘existent’ God is, dat is niet tastbaar, en daar kunnen we als mens dús niet bij. Jezus is God, en dat kun je dus alleen aantonen door te wijzen naar het feit dat God deze naam met Mozes deelde.

Maar één getuige is ook weer niet genoeg, je moet op zijn minst een tweede, en liefst ook een derde getuige uit de schrift geven. Dat doet vader Jakob uit de Psalmen van David, waar de naam God óók op mensen toegepast kan worden. Dit blijft echter niet zo, in de Psalmen zien we dat God ‘van mening veranderd’. Hij zal de Israëlieten geen goden meer noemen, als mensen zullen zij sterven.

Diepte van denken

Door Psalm 82 aan te halen wordt het onderwerp ‘inzichtelijker’. Minder tastbaar dus. Kan dat dan ook in het Hebreeuws denken? Jazeker, alleen bevind je je dan op een laag dieper. Door diepere lagen aan te boren, kunnen we soms iets bespeuren van Gods motieven en concepten in bepaalde concrete situaties. Zo zien we hier dat God zegt dat alle Israëlieten met een menselijke natuur zullen sterven, ondanks dat ze eerder goden werden genoemd (Ps. 82:6-7). Blijkbaar betekent dit volgens Vader Jakob heel veel!

Volgens vader Jakob betekent de naam ‘God’ veel meer dan slechts een titel. Als God ervoor kiest om Zijn Goddelijke naam aan een mens (zoals Mozes) te geven, dan doet Hij dat niet als een soort promotie. Nee, Hij verbindt Zichzélf en Zijn goddelijke natuur aan die persoon. Dat zien we bij Mozes die wonderen en tekenen verricht voor de farao (daarmee is het weer concreet), en dat zien we ook bij Jezus!

Doordat God Zijn natuur met hem deelt, is Jezus in staat om wonderen en tekenen te doen. Dit deed Hij door Zijn Geest in hem te laten wonen. De wonderen en tekenen zijn daar de tastbare bewijzen van, ze getuigen concreet van het feit dat Jezus God is. Maar niet God in wézen, want een mens kán geen God ‘zijn’ (Ex. 23:19, Deut. 4:15, 6:4, 1 Sam. 15:19, 1 Kron. 2:5, Jer. 17:5, Jes. 46:5, Mal. 3:6). Als je dat zegt, zit je weer midden in het Griekse denken waar concepten absoluut kunnen zijn zónder concrete bewijzen. In de Bijbel getuigen concrete  dingen van het inzicht dat Jezus Gods Naam en zelfs Zijn natuur in zich draagt! Jezus is dus ‘de uitzondering’ op de regel van Ps. 82, zodat vers 8 (…sta op o God…) ook op Jezus kan slaan! Jezus is God, Hij is mijn Heer en mijn God! En dat is voor vader Jakob genoeg, en voor mij ook.

Conclusie

Volgens mij nam de kerk een verkeerde afslag met de nieuwe Niceaanse namen voor Jezus. Het oosten koos vanwege die ‘nieuwe onbijbelse mode’, massaal voor vader Jakob. Zij eerden hem als de Hakima Parsaya, de Perzische wijze. Zijn stem werd de leidraad voor Assyrische theologie.

Toen later in de vijfde eeuw iemand het waagde om het Assyrische standpunt in Constantinopel te prediken (Nestorius) werd deze giftig aangevallen. Athanasius leefde toen niet meer, maar Cyrillus van Alexandrië vertolkte hem, en speelde onder één hoedje met de keizer om ook Nestorius als een ketter te excommuniceren, wat hem ook lukte. Het oosten sympathiseerde met Nestorius. Als dank daarvoor kregen zij het ketterse label Nestorianen opgeplakt, voortaan waren zij volgens de kerk een voorbode van de Antichrist, de verdoemenis waardig. Desondanks droeg deze kerk méér vrucht dan enige andere kerk in de geschiedenis! (Zie Nestorianen van Albert Stol en Het vergeten Christendom door Philip Jenkins.)

Ja, God heeft ons Zijn herders zoals Vader Jakob gegeven. Maar wij wilden ze niet horen. We verdrongen ze als ‘een stem van de duivel, die zich bekleed met bijbelse teksten’! ‘Listige misleiders’ en ‘voorboden van de antichrist’ noemden we hen (aldus de alom geprezen en gevolgde Athanasius in zijn haatredes).

De Assyrische kerk was verdrietig dat de gemeenschap met het westen was verbroken. Maar zij ontwikkelden op de basis van vader Jakob verder. Het getuigenis van het Lam dat geslacht is, hebben zij vastgehouden, en zijn geboden hebben zij bewaard. Ik hoop velen van hen te ontmoeten op de jongste dag, als Jezus komt om te oordelen de levenden en de doden. Want ja, Jesjoea is God! Hij is de hoogste Rechter die onder de mensen is opgestaan, de Messias. Hij zal dan ook oordelen (zoals Ps. 82:8 aankondigt), door de schapen en de bokken te scheiden.

Dat oordelen hoef ik niet te doen, en dat hoeft de kerk ook niet te doen. Daarvoor zijn we niet geroepen. En al helemaal niet op basis van een meningsverschil over Jezus natuur. Daar zijn we te onbeduidend voor. Zijn zijn wegen soms voor ons te doorgronden? Zijn Gods gedachten niet hoger dan de menselijke? Ik dacht het wel. Laten we de pretentie om de Goddelijke constructie van Zijn bestaan te doorgrónden dan ook rusten.

Ja natuurlijk zijn God de Vader, Zijn Zoon Jesjoea en Zijn Geest een volkomen éénheid met één stem. Zodat God zelfs Zijn Goddelijke natuur in Jesjoea liet wonen. Zo zijn ook de zuivere schepping, Sinaï-openbaring en het leven van Jezus (zowel bij zijn eerste als zijn tweede komst) een éénheid omdat het in haar zuiverheid getuigt van Gods natuur. Zij getuigen van het eeuwige bestaan van de Enige God in Hemel en op aarde.

Facebook
Facebook
LinkedIn
Google+
http://www.keesbloed.nl/opinie/vader-jacob-de-wijze-jezus-natuur/
Alle updates in je mailbox?

5 reacties


  1. ·

    Shalom Kees Bloed,
    Het inzicht is je door onze hemelse Vader geschonken.
    Het is mij een vreugde het te hebben gelezen.
    Met vriendelijke groet en in Jesjoea verbonden,
    Wim Verdouw

    Beantwoorden

    1. ·

      Beste Kees Bloed,

      Ik ben heel dankbaar dat ik dit artikel onder ogen kreeg!
      Dit kort moment van lezen heeft heel veel duidelijkheid gegeven!
      Het bevestigt mij meer en meer dat wij terug moeten naar naar de context van (geheel) Gods Woord in samenhang met denkwijze in de tijd waarin de Bijbel werd geschreven!

      Ger van Buuren – (mede beheerder van de FB-groep) Christenen in Nederland

      Beantwoorden
      1. Kees Bloed
        ·

        Dankjewel Ger, een zegen om dit te horen! Wim en Martin ook bedankt natuurlijk!

        Beantwoorden
  2. Chris B.
    ·

    Hoi Kees,

    Daar verlangt mijn hart nu al jaren naar, naar uitleg van de bijbel volgens de oosterse denkwijze. Dank voor het artikel, al is het wel wat moeilijk voor me.
    Christine Bertrand

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *